Zwarte rijstkoekjes met geroosterde sjalotjes en mierikswortelsaus

Zwarte rijst komt uit Italie, en was vroeger in China verboden voor iedereen die niet tot de keizerlijke familie behoorde. Misschien door de prijs: het is niet goedkoop. Maar gelukkig heeft Albert Heijn een kortingshoekje voor produkten die uit de schappen gaan. En tussen allerlei potjes met interessante sausjes, zout met smaakjes en al wat verkleurde peulvruchten stond een pak zwarte rijst me toe te glimmen.

Bijzondere rijst, dat vraagt om een bijzonder recept. Ik vond er een op een Engelse site: rijstkoekjes met turnips. Het vertaalprogramma meldt dat dit pastinaak is. Maar op de foto lijkt het meer op sjalotjes. En helemaal niet op pastinaak. Dus worden het sjalotjes, en een nieuwe versie van het Engelse recept.

Voor 4 personen, als voorgerecht in een Italiaans menu of als bijgerecht bij een visje of stukje vlees.

Voor de rijstkoekjes:
Kook 250 gram zwarte rijst volgens de aanwijzingen op het pak, laat
afkoelen. Rooster 2 theelepels karwijzaad in een droge koekenpan tot het gaat geuren. Kluts twee eitjes. Roer alles door elkaar heen met een tot 2 theelepels bloem, breng op smaak met zout en peper.

Voor de sjalotjes:
Pel 12 sjalotjes, snij ze doormidden, maar laat kop en kont er aan zitten. Doe ze met de vlakke kant naar onder in een ovenschaal met wat zout, peper, olijfolie en tijm, en zet 30 minuten op 180 graden in de oven.

Voor de mierikswortelsaus:
Verwarm 250 ml creme fraiche aan de kook met een eetlepel water en een eetlepel mierikswortelsaus, breng op smaak met wat zout.

Giet een scheutje olijfolie in een koekenpan, en bak koekjes van het rijstmengsel, ik gebruikte een persvorm voor minihamburgertjes om de koekjes te maken, maar je kunt ook hoopjes in de pan scheppen en een beetje plat drukken.

Schep de saus op de borden. Leg daarop de koekjes en de sjalotjes. Strooi eventueel nog wat zout en versgemaakte peper over het gerecht. Garneer met wat verse tijmblaadjes en een heel klein beetje citroenrasp. 

 

Advertisements

Skottelexperiment: Risotto Shashuka

Voor het eerst hebben we ons kampeerfornuisje thuisgelaten en de waterkoker, een eenpitter en de skottel meegenomen. Grappig: als ik voor de tent groente in de skottel sta te roerbakken zie ik langslopende kerels verbaasd kijken: huh, kan daar ook iets anders dan vlees in? Ja dus, en dit vegetarische experiment beviel ons het beste: risotto shashuka. Shashuka is Mediterraan streetfood: paprika’s, uien, tomaten stoven en dan eitjes er bij. In de skottel deed ik het voor 3 personen als volgt:
2 grote, knoesterige maar o zo lekkere Italiaanse gele paprika’s (of 3 op maat geproduceerde Nederlandse) in dunne reepjes snijden. Een grote ui in halve ringen snijden. Ui en paprika’s roerbakken in olijfolie tot ze beetgaar zijn. Uit de skottel scheppen en een beetje zout er overheen strooien.
Een liter water koken en er 1 groentebouillonblokje in oplossen (liever nog wat zout en peper toevoegen dan een te zoute risotto). Een ui en een teen knoflook snipperen en even aanbakken in olijfolie. Een beker risotto toevoegen en goed door de olie roeren. Twee gesnipperde tomaten en een flink glas witte wijn toevoegen, en daarna schep voor schep de bouillon. Als de rijst net gaar is het paprika-uimengsel op de risotto leggen. Drie kuiltjes maken en in elk kuiltje een ei breken. Tussen de eieren klontjes verse kaas (bijvoorbeeld monchou) leggen. Nog beetje zout en fIink wat versgemalen peper eroverheen, en dan als het eiwit gestold is direkt opscheppen.

  

Kookzondag

Geen koopzondag maar kookzondag vandaag. Ik heb sinds twee weken weer een desem van eigen maak in huis, ik noem haar Anna. Het is een traditie om je eigen zuurdesem een naam te geven. Je kent het vast, op veel basisscholen waart Herman rond, een desem om een broodachtige cake met rozijnen van te bakken. Je bewaart restjes deeg en geeft die door aan je vrienden als starter. Desems moet je voeden, en buiten de koelkast moet dat elke dag. Een deel van het desem moet je dan verwerken of weggooien. Maar weggooien, daar hou ik niet van. Gisteren aten we daarom boekweitpannenkoeken met desem, heerlijk! Van het restje maakten we vanmorgen drie-in-de-pan met aardbeien en slagroom. Een heerlijk zondags ontbijtje!

  
De overgebleven desem ging gisteren in de “levain” voor het brood van vanavond. Ik moet bekennen dat mijn Anna het best goed deed in de pannenkoeken, maar brood, daar bakken we samen nog niks van. Gisteren heb ik daarom het boek van Levine van Doorne gekocht, zij weet alles van bakken met desem. Nu staat er een glazen kom met deeg te rijzen tot ik het voor het avondeten afbak. Ik heb Anna succes gewenst, want ik deed olijven, feta, ui, knoflook en pijnboompitten door het deeg. En dat stond niet in het recept van Levine…

 
En tenslotte ging er net een stoofpan de oven in met vlees van de lokale buffelboerderij. Het wil nog maar niet echt zomeren, dus kan het best, zo’n wat winters maaltje. Ik sneed het vlees in blokjes, en deed er wortel, ui, knoflook, bleekselderij, half rood pepertje, tomaten, tijm, zout, peper, een scheut olijfolie en rode wijn bij. De pan staat nu op een lage temperatuur in de oven, extra goed afgedekt met aluminiumfolie zodat het vocht in de pan blijft.

 
Het is wel een kookzondag, maar eigenlijk zorgt het eten de rest van de dag voor zichzelf. Kan ik mooi nog even de stad in…

Borsjt met oortjes

Vandaag aten we Borsjt met oortjes. Dat is een Oost-Europese soep van bietjes. De oortjes zijn kleine deegflapjes, die ik vulde met geitenkaas. Dat is niet de traditionele vulling, maar erg lekker in combi met de bietjes. En waarom ze oortjes heten? Omdat ze, als ze in de soep drijven, daar toch wel erg op lijken… Voor Halloween ook een zeer geschikt recept dus!

Recept:
750 gram gekookte en geschilde bietjes in blokjes
1 grote ui, gesnipperd
1 winterpeen, in plakjes
klont roomboter
1 glas witte wijn (en eventueel ook 1 voor de kok)
1,5 liter groentebouillon
2 takjes dille, heel fijn gesnipperd
zout en peper

Voor de oortjes:
125 gram bloem
1 ei
lauwwarm water
75 gram zachte geitenkaas

Fruit ui en wortel in de roomboter. Voeg bietjes, wijn en bouillon toe en kook 20 minuten. Pureer de soep met een staafmixer.

Maak ondertussen de oortjes: meng bloem en ei (gaat heel makkelijk in een keukenmachine), voeg lauwwarm water toe tot je een mooi stevig en kneedbaar deeg hebt. Rol het deeg uit tot een dunne lap, en steek er rondjes uit met een klein glas. Leg op elk rondje een klontje geitenkaas, maak de buitenrand vochtig met water en vouw het rondje dubbel. Druk de randjes goed aan.

Als de soep gepureerd is de oortjes toevoegen en een paar minuten meekoken tot ze boven komen drijven. De dille door de soep roeren en gelijk serveren.

IMG_3214-1.JPG

Fish are friends, not food

Al jaren ligt dit kookboekje in de kast: non*fish*a*li*cious, met visrecepten waar geen vis aan te pas komt. Vandaag gaan we een recept uitproberen: visburgers van tofu. Ik paste het recept een beetje aan om het wat pittiger te maken.

Een gesnipperde ui, 2 gesnipperde tenen knoflook en 500 gram verkruimelde tofu met wat zout en 1 à 2 theelepels milde kerrie 5 minuten roerbakken in wat olie. 2 theelepels Japanse sojasaus toevoegen en nog 5 minuten laten doorgaren. Ondertussen wat gedroogd zeewier weken in lauw water en snipperen als het zacht is. Ik kocht het bij de toko, het smaakt naar zee, lekker. Het mengsel in een kom doen en laten afkoelen.
Zeewier, zout en peper toevoegen. 60 gram bloem en 70 ml melk er doorheen roeren. 2 vellen Nori met de lange zijde aan elkaar plakken met water (de vellen met de glimmende kant onder). Het tofumengsel erop leggen en stevig oprollen, hou wel de zijkanten in de gaten, die moeten ook mooi recht worden. De Nori dichtplakken door de laatste 2 cm nat te maken. Een uur ingepakt in plastic folie in de vriezer leggen.
De rol met een scherp en nat mes in 8 plakken snijden, de snijkanten even dippen in een dun laagje bloem. Bakken aan twee kanten in een scheut olie.

Was het lekker? Ja! Smaakte het naar vis? Nou, nee. Volgende keer proberen we de visburgers met aardappels, tofu en kikkererwten. Of de tonijnsandwich zonder tonijn…

Er bij: 2 bloemkoolrecepten. Couscous van bloemkool (halve bloemkool malen tot korrels in de foodprocessor, 100 g granaatappelpitten en handje pijnboompitten er door, sap van een halve tot hele citroen, scheut olijfolie, 3 lente-uitjes in ringen, zout, peper en 2 à 3 theelepels za’atar. En de andere helft van de bloemkool roerbakken met 2 uien, 2 rode paprika’s, een flinke teen knoflook, een volle theelepel ras el hanout en een theelepel gemalen komijn.

Ik gaf er multiculti versgemaakte guacamole bij, maar dat vervang ik volgende keer door een versgemaakte koude, pittige tomatensaus, dat lijkt me met de kennis van nu een betere combi.IMG_2877.JPG

Palourdes

De mevrouw van de oesterkraam op de markt heeft vandaag ook palourdes: schelpen van hier, Ile d’Oleron. Veel groter dan de vongole die ik uit Italië ken, maar vast ook lekker met pasta. Ik vraag hoe lang ze moeten koken, “vijf minuten?” opper ik. De mevrouw en haar meneer kijken me samen wat fronsend aan. Nee, zegt de mevrouw, tot ze open zijn, zo lang. En natuurlijk wel met de deksel er op, “comme les moules”, helpt meneer. “En met witte wijn?” vraag ik. Ja, ja, dat is lekker, knikken mevrouw en meneer in koor. “En knoflook zeker?” vraag ik voor de zekerheid. Nee, nee, schrikken beiden eensgezind, géén knoflook. Een uitje, en wat peper. En zeker geen zout. Een sjalotje in plaats van het uitje, dat is ook lekker.

Op het campinggasstelletje hou ik de pasta in de gaten, die moet net voorbij al dente, én de palourdes. Glaasje witte wijn voor de kok, glaasje witte wijn in de pan, klein gesnipperd uitje en wat versgemalen peper er bij, 5 minuten zacht laten koken en dan op vol gas de palourdes 4 minuten er bij. Dat blijkt goed gegokt. Door de afgegoten pasta doe ik wat fijngesneden platte peterselie, een snufje zout en een scheut olijfolie. Daar bovenop gaan de palourdes. Ah, wat is dat lekker!

Ingrediënten voor 2 personen:
700 gram palourdes (kleine)
150 gram spaghetti
1 uitje of sjalotje
Glas witte wijn
Versgemalen peper
Eetlepel fijngesnipperde peterselie
Eetlepel olijfolie
Zout

Groene walnoten

Smullen over een maand of 3: nocino (Italiaanse walnotenlikeur) en pickled walnuts. De likeur maakte ik met een recept van internet: 30 groene walnoten in stukken, een liter wodka, 300 gram suiker, 6 kruidnagels, 2 kaneelstokjes, een opengesneden vanillestokje en geraspte schil van 1 citroen. Paar maanden laten trekken en dan zeven en nog even verder laten rijpen. De ingemaakte walnoten moeten twee keer een week in pekelwater staan, daarna ingemaakt in appelazijn. Ik heb nog mislukte zelfgemaakte appelcider staan, die kan ik daar mooi voor gebruiken! 20140614-202012-73212743.jpg